SDG Action Day · Utrecht, The Netherlands · 2024-09-25
Het jaar 2074 door de ogen van mijn kleinzoon

Mijn naam is Lars Westra, ik ben 17 jaar oud. Maar door de jetlag voel ik me echt 50 jaar ouder, ik kom namelijk net terug van de Summit of the Future in New York. Nou is dat op dit moment niet heel erg, want ik wil jullie ook 50 jaar meenemen in de tijd, naar de toekomst, dus…. Welkom in het jaar 2074, vanuit de ogen van mijn kleinzoon.
Vandaag vierde ik mijn achtste verjaardag, mijn opa en oma kwamen langs. Van hen kreeg ik een klein potje van iets wat ik niet herkende. Het zag er glinsterend uit, met een soort gouden gloed. Ik vroeg wat het was, en mijn opa moest slikken. Ik merkte dat hij verdrietig werd toen hij zei: ‘Het is honing’. Ik wist helemaal niet wat honing was, dus vroeg ik hoe het gemaakt wordt. ‘Dit wordt niet meer gemaakt,’ zei mijn opa, ‘het werd gemaakt, vroeger’. ‘Bijen maakten dit,’ vulde mijn oma aan, ‘kleine beestjes.’ Ik was erg verbaasd, ‘Kan een klein beestje dit maken?’ Mijn opa antwoorde: ‘Jazeker, dat iets misschien klein is, betekent niet dat het geen grote dingen kan.’ Ik vond het magisch. Mijn opa vervolgde: ‘Hadden ze dit vroeger maar ingezien. Waren ze vroeger nou maar doorgegaan met de kleinste mensen uit te nodigen aan de grootste tafels, dan had de wereld er waarschijnlijk nu heel anders uitgezien. Het leek even goed te gaan. Ze luisterden naar ons, we kregen een plek aan de grote tafel. We mochten meepraten met bedrijven, organisaties en zelfs overheden. Ze luisterden toen we ons zorgen maakten, toen we ze vertelden wat wij belangrijk vonden. We wisten dat we door elkaar te respecteren, tot de mooiste dingen konden komen. Want alleen samen konden we problemen oplossen, en de wereld een stukje mooier maken. Even waren we gelijkwaardig, konden wij hen helpen, en zij ons. Steeds vaker voelden we ons gehoord, en voelden we dat we impact maakten. Het was zó eenvoudig om deze goede lijn door te trekken. We wisten hoe het moest en wij, de kinderen, stonden te springen om te helpen. Toch kregen we niet het podium waar we op het einde zelfs voor smeekten.’ ‘Weet je,’ zei mijn oma, ‘Sommigen van hen waren niet eens meer op deze aarde toen de bijen uitstierven. Laat staan dat ze nu zien hoe ze de aarde hebben achtergelaten. Ik zou willen dat we terug konden in de tijd, naar toen we het nog hadden kunnen redden.’ Ik vroeg haar naar welk jaar we dan zouden moeten gaan, wat het omslagpunt was. Zonder twijfel zei ze: ‘2024.
Dat was het jaar waarin het leek dat we jeugdparticipatie konden gebruiken om de verwoesting van onze aarde en onze maatschappij tegen te gaan.’ ‘Sterker nog,’ vulde mijn opa aan, ‘een grote groep jongeren had een soort agenda gemaakt, voor de toekomst. Voor hoe jouw leven eruit zou moeten zien. En ik mocht die presenteren voor honderden volwassenen met nette kleren en de burgemeester van Utrecht op een groot congres.’ ‘Maar opa,’ vroeg ik, ‘stond er in die agenda dan dat mensen minder met elkaar moeten gaan praten? Want bij geschiedenis heb ik geleerd dat mensen vroeger een praatje maken als ze elkaar tegenkwamen met boodschappen doen of op de sportclub’. Nee zeker niet, reageerde hij. Er stond juist in dat er meer ontmoetingsplaatsen in wijken moesten komen, om polarisatie tegen te gaan’. Toen ik knikte grinnikte mijn oma triestig. ‘Weetje’, zei ze, ‘vroeger vonden we polarisatie een moeilijk woord. ‘Vroeger smeekte je opa die nette mensen in die grote zaal om begrijpelijke taal te gebruiken, taal die kon verbinden in plaats van verdelen.’ ‘Dat is helaas ook niet gelukt’, vulde mijn opa aan. ‘Want hoewel polarisatie door iedereen gebruikt wordt, en niemand meer twijfelt op welke letter die puntjes moeten in het woord egoïsme, kan denk ik niemand in jouw klas vertellen wat persoonlijke ontwikkeling, intergenerationele solidariteit of de afkorting sdg betekent. En dat terwijl ik het hun overgrootouders nog zo goed heb uitgelegd toen ze allemaal in hun mooiste kleren naar de jaarbeurs kwamen.’ ‘Maar luisterden ze dan niet?’ Vroeg ik.
‘Jazeker wel’, reageerde mijn opa. Na afloop kreeg ik een groot applaus en kwamen er allemaal mensen naar me toe om te vertellen hoe knap ze het wel niet vonden.’ Maar het was niet hun taak om mij te complimenteren, of een mooie LinkedIn post te maken, het was hun taak om die toekomstagenda uit te voeren! Het was hun taak om in te zetten op persoonlijke ontwikkeling, om de SDG’s die op mijn borst pronkten generatie op generatie door te geven. Ze moesten een visie vormen op de toekomst. Niet op morgen of overmorgen. Maar op jouw leven, hier in het jaar 2074. Maar bovenal moesten ze blijven praten, praten met buurgenoten, met mensen uit andere generaties, of met andere meningen of perspectieven. Als zij leiderschap hadden getoond, had dat ervoor kunnen zorgen dat de bijen nu nog leefden, en jij niet had geweten wat polarisatie betekende.
Ze hadden allemaal stuk voor stuk een eigen verantwoordelijkheid, ook de burgemeester. Zij konden ervoor zorgen dat jij een geweldige toekomst zou krijgen in de mooist denkbare wereld. ‘Maar’, vroeg ik, ‘Wat weerhield ze ervan?’
Daar wil ik onze tijdreis mee eindigen, wat weerhoudt je ervan? Is datgene echt zo belangrijk om onze toekomst op het spel te zetten door niet meer die buurman te praten die een andere politieke voorkeur heeft? Door niet te blijven praten en je te ontwikkelen. Want daar draaien deze zes punten om. Praten, en leren. Iets waar we nooit mee mogen stoppen.
En het kan nog, de toekomst staat niet vast, maar ligt wel in onze handen.
Dank jullie wel

